VZ In de commissie van 10 oktober hebben we stilgestaan bij de Toeristische Visie. Wij hebben onze waardering uitgesproken voor het werk dat verricht is en kunnen op hoofdlijnen de visie ondersteunen.

De kwaliteit van de visie ligt 'm in het brede draagvlak dat gecreëerd is door alle betrokkenen uit te nodigen voor het formuleren van de visie, de inspraakreacties uit de samenleving erin te verwerken en dit uiteindelijk te plooien naar de politieke commentaren zoals die in de commissie zijn verwoordt.

Wij vinden het dan ook bijzonder verrassend dat te elfder ure (afgelopen vrijdag) er een alternatief stuk van de PvdA werd rondgestuurd. Op zich kan het geen kwaad om een alternatief te formuleren echter in mijn (nog onervaren jonge) politieke visie komt dit veel te laat om het nu mee te gaan nemen in de politieke discussie. Het is misschien onervarenheid van mij vz en zie ik over het hoofd wat het voordeel hiervan is Maar ik kan niet begrijpen dat een politieke partij met een behoorlijk aantal jaren ervaring in de raad met een stuk komt dat eigenlijk niet eens als amendement kan dienen.

Mijn vraag aan de geachte collega raadsleden van de PvdA is: betekent dit dat u hiermee de voorliggende Toeristische visie afwijst?

Over de toeristische visie kunnen wij kwijt dat wij ons er op hoofdlijnen in kunnen vinden, mijn fractiegenootte Rinske Cupido zal het onderdeel Kamperen bij de boer behandelen en daarna zal mijn fractiegenoot Peter van Sijp onze mening over het element Golfbaan in de toeristische visie toelichten.

 

Kamperen bij de Boer (Rinske Cupido)

 

Zouden wij op dit moment, in de waan van de dag, op 5 of 10 locaties, het kamperen bij de boer toestaan dan is het de absolute overtuiging van de VVD-fractie dat de partijen zelf daar niet bij gebaat zijn, laat staan dat wij van een duurzame ontwikkeling op ons eiland kunnen spreken. Wat is nl. het geval ?

De regelgeving rond het kamperen bij de boer is inmiddels aan dezelfde regels en voorschriften gebonden als de reguliere kampeersector. Daar staat tegenover dat het boerderijkamperen goedkoper hoort te zijn dan het reguliere kamperen. In de commissievergadering van oktober lieten wij als VVD fractie al een afwijkend geluid horen m.b.t. evt. toestaan van een boerderijcamping van 10 tenten. De VVD opperde het idee van logeren bij de boer, wat een veel beter rendement zou opleveren voor de boer, hetgeen het landschap minder zou ontsieren en de reguliere kampeersector zou ontzien. Wij hebben ons terdege laten voorlichten door de bedrijfsadviseur voor de verbrede landbouw, LTO Noord Advies. Van LTO-Noord hoorden wij dan per 1 jan. 2008, dus binnen nu en een jaar, de wet op de openluchtrecreatie wordt afgeschaft en dat het sec aan de gemeenten is, of kamperen bij de boer wordt toegestaan of niet en in welke vormen. LTO-Nederland is in onderhandeling om bij het wel toestaan door de gemeenten, de ondergrens op 25 kampeereenheden te bepalen. Op dit moment is het landelijk 15 kampeereenheden. De LTO gaat ervan uit, dat 25 eenheden gaat lukken, maar wijst erop dat ook een boerencamping van 25 eenheden geen of weinig soelaas biedt. Het moet naar 40, vindt de LTO. Voor Terschelling een ramp. Indien wij de ondergrens van 25 kampeereenheden aan zouden houden, en we volgen het advies van de werkgroep duurzame landbouw op, om tien boerencampings in te richten, dan betekent dat voor Terschelling 250 kampeerplaatsen erbij. Wij denken dat dat niet de bedoeling was, want de werkgroep vroeg om 10 campings van 10 tenten. Maar ook die campings ontkomen voor dat aantal tenten niet aan de verplichte regelgeving. LTO-Noord rekent ons voor dat er geen inkomen gehaald kan worden uit dergelijke campings. Hoe wil de werkgroep duurzame landbouw dit dan gaan regelen op Terschelling? Vrijstellingen van regelgeving dan? Aan de kostenkant sleutelen? Geen verplichte aansluiting op het riool, geen toiletgebouw? Geen controle op legionellabacterie,geen verplichte verzekeringen,geen water of elektriciteit,geen inschrijvingen bij Kamer van Koophandel en verplichte diploma's als bedrijfshulpverlener? Ga zo nog maar even door. En stel dat de werkgroep dat voor elkaar krijgt, en er wordt hier en daar een vrijstelling losgepeuterd, hoe moeten wij dan omgaan met de reguliere sector? Zij hebben al deze verplichtingen wel, en kan op dat moment niet concurreren tegen de boerderijcamping. Daar hebben we dan de zg. oneerlijke concurrentie. Of gaan we hen ook vrijstellen van regelgeving? Voorzitter onze fractie is voorstander van verbrede landbouw en plattelandstoerisme. We gaan er ook wel uitkomen. Maar we hebben in de breedte huiswerk te verrichten. De agrarische sector zou er goed aan doen een goede voorlichtingsbijeenkomst te organiseren over agrotoerisme, de diverse vormen daarvan en het te behalen rendement. Bij de voorbereidingen voor het bestemmingsplan hebben wij behoefte aan sectoren die goed terzakekundig zijn. Dat geldt niet alleen voor de boeren, maar is ook van belang voor de campinghouders. Zij spreken al jaren over 11 hectare grond, die eigenlijk aan hen toebehoren. Ook in hun geval kunnen er problemen opgelost worden. Maar er is wel een dringende vraag aan hen, om concreet te worden. De VVD fraktie wil zich een beeld vormen over het hoe, wat en waar en wie? Het is dan de taak van de gemeentebestuurders om in het kader van het komende bestemmingsplan Buitengebied te zoeken naar mogelijkheden, om op integrale wijze, de beide sectoren te dienen, het landschap zo min mogelijk aan te tasten en oneerlijke concurrente tegen te gaan. Dat is een enorme uitdaging. We kunnen een heel ein komen. De VVD fractie heeft daar een uitgesproken visie op. Er bestaat een Win-Win constructie als oplossing voor dit vraagstuk.

Een win-win-constructie voor vraagstukken en probleemstellingen van uiteenlopende aard voor zowel landbouw, natuur en recreatie. Te mooi om waar te zijn, maar niet onmogelijk. De komende maanden zullen wij hier intensief mee aan de gang moeten bij de invulling van het nieuwe bestemmingsplan buitengebied, waarin de materie van agrotoerisme helemaal terugkomt voor discussie. In het voorontwerp hebben de plannenmakers uit de vorige raadsperiode zoveel van de landbouw gevraagd, dat we op voorhand kunnen stellen, dat als het jasje genaaid gaat worden zoals het geknipt is, de landbouw gaat kantelen op dit eiland. Uit, over en af !! We lopen nu heel even op de zaken vooruit. Het is onze fractie de laatste maanden duidelijk geworden, dat als je belangrijke zaken niet een poosje van te voren in de week legt, en niet voldoende onder de bevolking en onder de andere raadsleden wordt besproken en doordacht, het onderwerp op het belangrijke moment van besluiten, niet rijp is voor voldoende begrip. Onze fractie is in het bezit van een plattegrond van de Terschellinger polder. De gronden in de polder waar volgens het voorontwerp geen graslandonderhoud mag plaats vinden zijn rood ingekleurd. Stel, de ganzen hebben in het winterhalfjaar de gronden kaal gevreten en rauw gemaakt. Volgens het plan mogen deze gronden niet meer geploegd, gevreesd en ingezaaid worden. Natuurlijk gaat hier nog over gediscussieerd worden, maar elke hectare die onder dit regime gaat vallen heeft geen opbrengend vermogen meer. Voor deze achteruitgang in landbouwkundige waarde zullen de betreffende boeren gecompenseerd moeten worden. U zult zich afvragen wat dit alles met agrotoerisme en het oplossen van knelpunten te maken heeft. Welnu, de uitgangspunten van de VVD fractie zijn: Behoud van zoveel mogelijk natuur en landbouw en invulling geven aan agro- en regulier toerisme. Vanuit landbouwzijde werd al aangegeven dat er boeren bereid zijn binnen hun areaal grasland tot opoffering van 10% t.b.v. natuurwaarden te gaan, mits er voldoende gecompenseerd zal worden. Komt er geen compensatie, dan komt er ook geen grond beschikbaar. Beschikt de gemeente Terschelling over financiële middelen of fondsen om boeren te compenseren voor de verliezen die zij gaan leiden? Daar kunnen we kort over zijn. Het antwoord is nee! Er dient dus op andere wijze gecompenseerd te worden dan met geld. U voelt het nu vast al aankomen, indien het ons werkelijk ernst is, om maximaal te behouden wat wij aan aktoren hebben op het eiland, wij de landbouw kunnen compenseren met boervriendelijk beleid. Een gespreksronde met de 14 melkveehouders en enkele schapenhouders, die er op dit moment nog zijn, van gemeentebestuur ,met elk van hen afzonderlijk, zal ons moeten leren waar de knelpunten zitten en waar de wensen en noden liggen en hoe men gecompenseerd wil worden. Uit de gesprekken met de agrariers zal blijken dat dat per bedrijf heel verschillend zal zijn. Maar dat is goed, juist mooi zelfs, ieder zijn specialisme, niet te veel van het zelfde. Dat houdt Terschelling aantrekkelijk en divers. Wat hebben wij straks voor instrumenten, wat gaat er zoal in onze gereedschapskist, onze toolkit zogezegd, om de knelpunten op te lossen en om tot compensatie over te kunnen gaan? Allereerst de zienswijzen m.b.t. het voorontwerp van het bestemmingsplan buitengebied. Deze geven een goed beeld, waar de schoen wringt. Verder de wensen die er zullen zijn, zoals in sommige gevallen het bouwen van een tweede bedrijfswoning, bouw van logeerruimtes voor boerderijgasten of stagiaires en/of agrarisch medewerkers, bijv. het oprekken van de stankhindercirkel rond de boerderijen, wellicht in een sporadisch geval een boerderijverplaatsing, evt. beschikbaarstellen van grond voor reguliere campings en/of uitruil met hen. Kortom er zijn zoveel middelen om knelpunten op te lossen en ondernemers terwille te zijn. Maar nogmaals de boeren zullen zelf in de verkennende fase aan moeten geven waar zijzelf hun kansen zien. Alle creativiteit kan wat de VVD fractie betreft uit de kast getrokken worden, er kan nog heel wat meer gereedschap in de kist gebracht worden, dan datgene wat wij nu genoemd hebben. Maar wij zijn ervan overtuigd, dat alleen met een integrale aanpak, het meest maximale resultaat voor alle aktoren gehaald kan worden. De VVD fractie zag graag dat door middel van een raadsbrede commissie, structuur in de werkwijze gebracht kan worden.

 

Golfbaan op Terschelling (Peter van Sijp)

Voorzitter,

Voor ons ligt de toeristische toekomstvisie van Terschelling voor de komende jaren. Daarin zijn een paar zinsneden besteedt aan het fenomeen golfbaan. dat nu een groot deel van deze hele discussie aan dit onderwerp wordt geweid betreur ik zeer.

Wat mij van het hart moet is dat ik vind dat deze discussie al vanaf het begin niet eerlijk wordt gevoerd.

De vraag die voor ons ligt is niet, willen we wel of geen golfbaan. De vraag is veel genuanceerder; willen we of het college onderzoek pleegt naar de mogelijkheden en mogelijke onmogelijkheden naar de aanleg van een golfbaan.

We besluiten hier helemaal niet of er een golfbaan komt maar onderzoeken het slechts.

De aangevoerde argumenten tegen de mogelijke komst van een golfbaan in kranten, magazines, op weblogs en hier uitgesproken zijn velerlei van aard waarbij ik op argumenten als ; we zitten hier als eilanders niet op golfballen te wachten als bekrompen en kortzichtig afdoe.

Ook een veelgehoord argument is dat het landschappelijk toch niet kan......ook daar slaat men de plank volledig mis want niemand weet hoe de vlag er in de toekomst voor hangt. Misschien is er in de toekomst wel een overschot aan agrarische grond......misschien is de veronderstelde houding van SBB helemaal niet zo halsstarrig als men beweerd.

Van al deze vragen blijft er slechts 1 kernvraag over ;

Is een golfbaan op Terschelling landschappelijk gewenst, en ik zeg daarop

dat dat zeker het onderzoeken waard is.

Waarom moeten wij de ogen blijven sluiten voor ‘s lands snelgroeiende sport. Een sport waar de factoren rust en ruimte hoog in het vaandel staan......een eiland van rust en ruimte sluit daar prima bij aan.

Nogmaals ; we onderzoeken slechts de mogelijkheden en kunnen daar nog legio aan randvoorwaarden aan verbinden.

Ook onze fractie is niet zondermeer voor . Ook wij zullen randvoorwaarden gaan stellen rond de landschappelijke inpasbaarheid, laagdrempeligheid en er zijn ongetwijfeld nog veel meer voorwaarden aan te verbinden maar dat is op dit moment niet aan de orde. Aan de orde is de vraag of we het willen onderzoeken; niet meer en niet minder. Ik doe dan ook een oproep aan mijn mede raadsleden om deze deur niet dicht te smijten maar op een kier te laten. De echte vraag wel of geen golfbaan kan dan op een later tijdstip gevoerd worden wanneer er een helder beeld is ontstaan van de eventuele mogelijkheden en onmogelijkheden en waar het beeld niet wordt vertroebeld door veronderstellingen.